Gelaat

Tussen pracht van verdures en glans van zilver toont het gothische stadhuis van Oudenaarde in zijn oude ruimten gipsen en keramieken van Johan Tahon. Ze hebben iets monumentaals, ook de kleine werken. En gips lijkt sterker te werken dan keramiek. Mij intrigeren de hoofden, en ik realiseer me meer dan ooit dat het gelaat de kern vormt van figuratie. Al sinds de Cycladen, en nog vroeger. De hoofden van Tahon – Rodin en Rosso zijn niet veraf – kijken je aan of kijken weg, al dan niet met ogen. Het spel van licht op de vervormde volumes wordt bekroond door de sterk spirituele werking van het hoofd. – Tegen tapijten met Alexander de Grote hangt de meters lange Dieu fleuve II te bewegen. Mythe, geschiedenis en moderniteit hangen hier samen. In alle betekenissen van het woord. De riviergod is wellicht de nabije Schelde, zoals elders de antieken Tiber en Nijl personifieerden. Maar Scaldis’ gelaat lijkt in zijn disproportie lieflijker. En vooral innerlijker. Tahon doet naar binnen kijken.