Nieuw klassiek

Gisteren las ik de laatste tweehonderd pagina’s van De spiegel & het licht van Hilary Mantel. Met veel vertraging begon ik pas vorig jaar aan haar Cromwell-trilogie. Je aarzelt wel even: tweeduizend driehonderd bladzijden vormen een zware investering qua leestijd. En er wachten nog een paar titels van klassieke Russen en Fransen en ja, zelfs van Grieken en Romeinen. Mantel kreeg voor haar drie boeken wel de Man Booker Prize 2009 en 2012 en stond op de Longlist 2020. Ik beklaag me de gefaseerde lectuur niet. Haar Cromwell is er een van vlees en (veel) bloed, zonder de gebruikelijke en versleten epitheta, maar vanbinnen benaderd in zijn machtsspel met de buitenwereld op een breuklijn van de tijd.
Pas na tweeduizend bladzijden deze reflectie van Cromwell, die ook de titel van het derde deel verklaart: ‘Als Henry de spiegel is, is hij, Cromwell, de bleke toneelspeler die zelf geen luister verspreidt, maar rondgaat in weerspiegeld licht. Zodra het licht zich verplaatst is hij verdwenen.‘ (880-81)
De geweldige vertelstijl van Mantel geven de vertalers voortreffelijk weer. Damsma en Miedema zijn wel niet direct vertrouwd met het fenomeen van de vasten: ‘De vasten van 1540 worden…nageleefd.‘ (1084) En het is geen ‘slip of the pen’, want zes pagina’s verder is de vastenperiode voorbij: De vasten zijn voorbij… Dankzij hun vertaalwerk zal ik Mantel wél beter hebben begrepen.
En, o ja, als ik nog eens door Vilvoorde rijd, moet ik het monument en het museum van Bijbelvertaler William Tyndale opzoeken.

Hans Holbein de Jonge, Thomas Cromwell (detail), ca. 1533 (Frick Collection, New York)