Stabat Mater

De Goede Week is hét moment om me te wijden aan de vertaling van het Stabat Mater, werk in opdracht. Het beroemde gedicht van twintig strofen ontstond in een franciscaanse context, een van de mogelijke auteurs is Jacopone da Todi (13de eeuw). Vertalers te onzent waren o.m. Vondel en Gezelle, Nolthenius en Wilmink. De lijst van componisten is lang, met o.m. Lassus en Palestrina, Vivaldi en Pergolesi, Haydn en Schubert, Penderecki en Pärt, en (bij ons) Norbert Rosseau en Piet Swerts. De geschiedenis maakt zo’n vertaalopdracht zwaar.
Het eerste woord van een werk heb ik altijd belangrijk gevonden. Homeros plaatst in zijn epen niet toevallig μῆνιν en ἄνδρα voorop. Bij het Stabat Mater valt me op dat vertalingen zelden of nooit met Stabat beginnen. Alleen Franse vertalers openen met het krachtige Debout. Terwijl de inversie toch expressief is en contrasteert met het pendebat van het derde vers: staan en hangen. Mijn queeste begon op Palmzondag. Het huiswerk vordert.
Voor wie herinneringen heeft aan de zang die ook tijdens de kruisweg klonk en klinkt:
Stabat Mater dolorosa
iuxta crucem lacrimosa,
dum pendebat Filius.

Rogier van der Weyden, Calvarie van Scheut of Christus aan het kruis met Maria en Johannes (detail), ca. 1460 (Monasterio de San Lorenzo, El Escorial, Madrid)