Beeldig, niet voorbeeldig

Terwijl ik in Walcourt langs de koorbanken uit 1531 loop, denk ik aan de monniken die hier tijdens de getijden wat steun vonden tegen frivole misericorden. Of de beeldhouwer kloosterling was, weet ik niet, maar hij kende wel de wereld. Van alle reeksen misericorden die ik tot dusver zag, sluit Walcourt het meest aan bij de grove volkse humor van altijd. Satire vind je overal in koorgestoelten, maar hier ontbreken zelfs uitgesproken erotische en scatologische taferelen niet. De vos die de passie preekt voor een gans, een haan en een kip, een vrije verwijzing naar Van den vos Reynaerde, is braafjes. Minder smakelijk om te zien is de gans die proeft van uitwerpselen. De houtsnijder had wellicht taferelen met excrementen voor ogen zoals die voorkomen in de Uilenspiegel. Scatologie en eschatologie liggen in het koor van Walcourt dicht bij elkaar.

In dit dorp kwam de jonge Verlaine langs tijdens zijn vlucht met Rimbaud, zomer 1872. In zijn gedicht over Walcourt heeft hij het over amants, buveurs, servantes, fumeurs… Zag hij de misericorden? Wellicht had Paul genoeg aan het gezelschap van Arthur.