Aeschyleïsch trio

Eergisteren kwam de Aischylos van Burgersdijk aankloppen. Een klepper van een boek dat in een Roeselaars antiquariaat wellicht jarenlang lag te wachten op een koper. Leendert Alexander Johannes, een natuurkundige nota bene én vertaler van Shakespeare, was de eerste die de volledige Aischylos bracht. In 1880 verscheen zijn Prometheus in De Gids, de zeven stukken én de complete Sofokles werden na zijn dood door zoon Burgersdijk in 1903 uitgegeven. In datzelfde jaar publiceerde Pieter Cornelis Boutens in Haarlem bij Enschedé zijn Agamemnon, die in 1947 met de andere stukken van Aischylos werd gebundeld als vierde deel van zijn Verzamelde Werken. Zowat een decennium later bracht Emiel De Waele de Agamemnon als nummer 117 in de Klassieke Galerij van De Nederlandsche Boekhandel, andere stukken volgden en in 1975 verscheen zijn Aeschylosvertaling in één boekdeel.
Homeros werd in ons taalgebied vanaf de zestiende eeuw meermaals vertaald. Aischylos moet zich tevreden stellen met drie vertalingen gespreid over de twintigste eeuw. Bij leven en welzijn zou ik daar graag iets aan doen en van dat trio een kwartet maken. Ik ondertekende vorige week een contract met Athenaeum-Polak & Van Gennep. – Reblog op #GrondslagenNet