Etna en Aetna

In deze dagen gaat de Etna weer woest tekeer. Je kan dan denken aan de sandaal van Empedokles en aan Hölderlin. Ik dacht aan Aetna, een leerdicht uit de tijd van Nero, dat uitnodigt te ‘kijken naar het grandioze ambacht van de natuur – artificis naturae ingens opus aspice (601). In het vervolg wordt een verwoestende uitbarsting geëvoceerd. Of hoe Etnageweld een vertaler kan afleiden.

nam quondam ruptis excanduit Aetna cavernis,
et velut eversis penitus fornacibus ingens
evecta in longum lapidis fervoribus unda,
haud aliter quam cum saevo Iove fulgurat aether
et nitidum obscura caelum caligine torquet.
ardebant arvis segetes et mollia cultu
iugera cum dominis; silvae collesque rubebant.
vixdum castra putant hostem movisse, tremebant
et iam finitimae portas invaserat urbis. [Aetna, 606-614, ed. Loeb]

Eens brak de Etna zijn spelonken open. Hij ontvlamde.
Alsof zijn ovens helemaal uiteengebarsten waren
kwam een immense, lange, hete lavastroom eruit,
zoals wanneer de woeste Jupiter de lucht doet flitsen,
in werveling diep duister door de klare hemel jaagt.
In brand de oogsten op het veld, in lichterlaaie akkers
met wiegende gewassen, bossen, hoogten stonden rood,
de heren van het akkerland ontkwamen evenmin.
Heel even heeft men toen gedacht: de vijand brak zijn kamp op.
Paniek: hij was al door de poort van de dichtbije stad…

Reblog op #GrondslagenNet.