Scholastica

Ik blijf het moeilijk hebben met de tweelingzus van de heilige Benedictus van Nursia. Zij staat vandaag wel op de heiligenkalender en dus ook op De Druivelaar, maar de enige plek waar wij iets over haar vernemen is een hoofdstuk uit Het leven van Benedictus in de Dialogen (II.33) van Gregorius de Grote, zowat een halve eeuw na het overlijden van de vader van het westers monachisme. Dat hoofdstuk gaat over het zoveelste wonder in zijn leven: na hun jaarlijkse ontmoeting in het naburig klooster van zijn zus weigert hij – ondanks haar aandringen – daar te overnachten om het gesprek voort te zetten. Zijn eigen Regel verbiedt hem dat. Tot er op Scholastica’s gebed een hels onweer losbarst… ‘Sicque factum est ut totam noctem pervigilem ducerent, atque per sacra spiritalis vitae colloquia sese vicaria relatione satiarent. – En zo kwam het dat zij de hele nacht opbleven en zij zich wederzijds zat konden praten aan gesprekken over het geestelijk leven.’ (vert. Bartelink – Van der Meer, 1980, 2001²) De immense betekenis van Benedictus van Nursia wordt me bij elke passage in een abdij in Italië of Frankrijk weer duidelijk, en mijn werk aan de vertaling van de Regel van Benedictus was voor mij veel meer dan zomaar een opdracht. Maar ik moet toegeven dat ik op 10 februari telkens weer moet glimlachen als de naam van zijn zus verschijnt. (Foto: Monte Cassino, beelden van Benedictus en Scholastica)