De zee beeldhouwt

Het is eb en dit keer zie ik hem zitten op een golfbreker. De man met hoed die Folon creëerde in 1997. De man met twee puntjes ogen, een streepje neus en een lange mantel. En de onmisbare hoed, zoals Maigret of Chaplin of Magritte, de herkenbare man Elckerlyc. Of toch weer niet, want de man van Folon zwijgt en denkt ondanks het strandlawaai, hij zwijgt te midden van branding en stormwinden die hem begrijpen en hem laten zijn wat hij is. En hem mettertijd zullen transformeren, nog stiller, nog meer ingekeerd, nog eenzamer in het snobbish Knokke.
Folon las Marguerite Yourcenar, Le Temps, ce grand sculpteur (1954) in de gelijknamige essaybundel uit 1983. Het kleine essay over het lot van antieke Griekse beelden opent zo: ‘Le jour où une statue est terminée, sa vie, en un sens, commence … une seconde étape … par degrés successifs d’érosion et d’usure, le ramènera peu à peu à l’état de minéral informe auquel l’avait soustrait son sculpteur.’ (Essais et mémoires, Pléiade, Gallimard, 1991, p. 312). Folon wist dat water en wind hun werk deden. Zijn eigen werk noemde hij La Mer, ce grand sculpteur.