Caravaggio en Paulus

Paulus’ bekering op de kerkelijke kalender en De Druivelaar brengt me weer bij Caravaggio. Ik sta in de Santa Maria del Popolo op de rand van het oude Rome. Op zijn tweede versie van het verhaal gebeurt er niets, in tegenstelling met de drukte op zijn eerste in het Palazzo Odescalchi in het centrum van de stad. In de Cerasikapel een dominant paard, een amper zichtbare dienaar, de gevallen ruiter. Hier laat Caravaggio aanvoelen dat de jonge Saulus hoog van zijn paard valt en Merisi legt alle nadruk op het licht, waarvan de bron buiten het doek ligt. Op het doek verinnerlijkt hij het licht in Saulus’ houding: de ogen dicht, handen en armen uitgestrekt en dus niet teruggeplooid ter bescherming van de ogen, zoals in de eerste versie. De drievoudige vermelding van het licht in Handelingen van de apostelen moet Caravaggio bekend zijn geweest. Het Damascusverhaal in 9:3 …toen hem plotseling een hemels licht omstraalde. Paulus voor het Sanhedrin in Jeruzalem 22:6 … toen mij, rond het middaguur, plotseling een fel licht uit de hemel omstraalde. En voor Agrippa II in Caesarea 26:13 … Het was midden op de dag, koning, toen ik onderweg een licht uit de hemel zag, dat feller was dan de zon. Hier speelt de barokschilder met licht en donker om meer dan een louter plastische reden. Hier wordt Saulus Paulus.

Caravaggio, De bekering van Paulus, 1602 (Cerasikapel, Santa Maria del Popolo, Rome)