Zwarte koning

De zogenaamde drie koningen uit Matteüs 2.1 heetten vroeger wijzen, vandaag zijn het – aansluitend bij de brontekst – magiërs: “… μάγοι ἀπὸ ἀνατολῶν παρεγένοντο εἰς Ἱεροσόλυμα – … kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan.” Het aantal en hun namen (Caspar, Melchior en Balthazar) zijn van latere eeuwen en theologen zagen hen al snel als vertegenwoordigers van de drie werelddelen die rond de Middellandse Zee gekend waren: Europa, Afrika en Azië. De knielende magiër stelt steevast Europa voor. In de middeleeuwen bleef de Afrikaanse koning blank, een kameel of een zwarte dienaar verwees naar zijn continent. Balthazar werd pas zwart vanaf het einde van de 15de eeuw toen er door Portugezen massaal slaven uit de sub-Sahara naar Europa en nadien naar Amerika werden overgebracht.
Blackface? Eigenlijk net omgekeerd. Het heeft meer dan duizend jaar geduurd vooraleer Balthazar als zwarte koning mocht fungeren. Over Matteüs’ magiër dus geen zwartekoningdebat à la zwartepietendiscussie.

Jan Gossaert Mabuse schilderde zijn Aanbidding van de Koningen (boven) in 1510-15 als altaarstuk voor de Onze-Lieve-Vrouwkapel in de Sint-Adriaansabdij van Geraardsbergen (National Gallery, Londen). Een generatie vóór Gossaert schilderde Hans Memling tweemaal een Aanbidding van de Drie Wijzen, in ca. 1470 (Prado, Madrid) en in 1479 (Sint-Janshospitaal, Brugge), met telkens een erg gelijkende compositie én zwarte koning. Foto’s infra: middenpaneel uit resp. Prado en Sint-Jans.