Genade

Op deze tweede kerstdag citeer ik uit een van de vele boeken die ik in december verslond onder de leesstolp in de coronastulp. Als egodocument is La Grâce (Plon) een merkwaardige roman. Thibault de Montaigu kreeg er de Prix de Flore 2020 voor. Een bekeringsverhaal. Klinkt vandaag niet al te sexy. Het evoceert wel de metanoia van een cultauteur. Zijn eigen ommekeer spiegelt De Montaigu in het verhaal van zijn oom Christian, die na een onstuimig leven franciscaan werd toen hij al bijna veertig was.

“Voir le monde à travers les yeux des pauvres, reconnaître le Christ en eux, j’en étais loin encore. L’entrevoir dans les colonnes de lumière d’une cathédrale, sur une toile de Bellini, devant un choeur de bénédictins chantant une antienne en grégorien, ce n’est pas difficile. Mais le trouver dans le regard d’un clochard, un estropié, un lépreux dont la peau se détache par lambeaux comme le fit saint François, ça non, je n’y arrivais pas” (230).

Een roman vol spiritualiteit en perspectief, nogal ongewoon in de literaire wereld. Rijke taal, sterke stijl. En vooral, zoals de titel het al aangeeft, een egodocument dat het ego ver overstijgt.