Dikken Eik

Ik wou nog eens in het Meerdaalwoud ‘Den Dikken Eik’ uit mijn studentenjaren zien. Een halve eeuw geleden nam ik, geleund tegen de schors, in kikvorsperspectief een dia die hier nog ergens in dozen met laders moet sluimeren. Gisteren 16 november en 16 graden en ruim 13 kilometer te stappen, glooiend (maar dat had mijn jongste zus er niet bij verteld). De quercus robur staat er dus nog: 5,50 m omtrek, 40 m hoog. Blijkens de jaarringen dateert die stoere jongen uit de tweede helft van de zeventiende eeuw. Toen was het Mollendaalbos eigendom van de Van Arenbergs.
Wat denkt een mens bij zo’n eik? Aan de validam quercum uit Vergilius’ Aeneis IV.445-46: quantum vertice ad auras / aetherias, tantum radice in Tartarum tendit – even ver als hij zijn takken opsteekt / tot in de ijlste luchtlaag, gaan zijn wortels / tot in de diepten van de onderwereld. (vert. Anton van Wilderode)
In het Mollendaalbos bevindt de Tartarus zich op een geruststellende diepte.