Valerie en wij

Gustave Van de Woestyne. Collectiepresentatie in het Gentse MSK toont o.m. het volledige typo-/manuscript van zijn Karel en ik. Ik grasduin nog even in mijn oud exemplaar uit 1979 en bots in dat soms ontroerend ‘memento’ geregeld op Valerius de Saedeleer. Hij (Valerie) woonde in Latem met zijn vrouw Clementine (Clemme) niet ver van de broers Karel en Gustave. Erg armzalig: ‘Dus (…) stonden er maar twee stoelen in de kamer, twee houten bakken, die ook dienden om op te zitten, en een oude, versleten tafel. Dat was alles. De Saedeleer en zijn dame hadden elk hun zetel, een zetel die zo scheef stond als de toren van Pisa. Ik ben vergeten te zeggen dat zij ook nog een zeer klein kacheltje staan hadden, maar het had maar twee poten meer, en de derde was vervangen door een stuk baksteen.’ (124) In de expositie is Valerius aanwezig met een vijftal werken, o.m. met Onweer boven Sint-Martens-Latem (ca. 1904). De kronkels van de Leie volgen tussen beemden met geboomte en gehucht tot je ogen botsen op de lage horizon die overgaat in hoge luchten: dat is het plezier dat Valerie ons in zijn Latems werk bezorgt, ook bij onweer. Weitet, zou hij eraan toevoegen (weet ge).

Gustave van de Woestyne, Karel en ik. Herinneringen: slotregels van typoscript en boek.