Van paddenstoel tot Nero

Zwammen en paddenstoelen, boleten en schimmels. De weelde van de herfst blijft maar duren, ook al beweert Plinius de Oudere dat hun levensduur beperkt blijft: ‘Et boletis quidem ortus occasusque omnis intra dies septem est – Het hele leven van paddenstoelen, van opkomen tot vergaan, duurt overigens maar zeven dagen.’ (Naturalis historia 22.46) Ik doe geen moeite om al die vormen te detecteren, ben tevreden met de schoonheid bovengronds en beeld me ondergronds een netwerk van schimmeldraden in.
Bij paddenstoelen, ook bij de champignons die op tafel komen, moet ik altijd denken aan wat ook bij Plinius het eerst opkwam: veneno Tiberio Claudio principi per hanc occasionem ab coniuge Agrippina dato, quo facto illa terris venenum alterum sibique ante omnes Neronem suum dedit – Want met dit middel was Agrippina in staat haar man, keizer Tiberius Claudius, te vergiftigen. Door die misdaad schonk ze de wereld en voor alles zichzelf nog een gif – haar eigen zoon Nero. (Ibidem – vert. Joost van Gelder e.a.). Ik vind het bijzonder curieus dat zelfs in een les biologie de beeldvorming rond Nero hardnekkig door blijft werken. Langer dan de duur van een paddenstoel.