Permeke aan zee

In de Venetiaanse Galerijen heeft Permeke me anders leren kijken naar zijn werk. Ik associeerde het veelal met bonkige boeren in een donker decor. Geheid in de poldergrond. Constant schildert al evenzeer zee en vissersvolk. Eveneens bonkig volk. Vergroeid met het water. Maar in kleuren die de grauwheid van het leven verlichten. En hij kiest voor het oost-einde van Oostende, niet de dijk en het strand van Ensor. In zijn nieuwe vormentaal huldigt Permeke de kleine man en de vrouw die noest werken voor een homp brood of een haring op tafel. Of die even in hun achterbuurt staan te kouten, zoals in Het steegje, werk uit een privécollectie. – Buiten de Galerijen overvalt me de grauwheid van lucht en zee. Zonder de kleurentoets van Permeke. Maar al even gelaagd.