Caravaggio en Jeroen

Opvallend hoe in het beperkte oeuvre van Caravaggio figuren meermaals terugkeren, o.m. Johannes de Doper, Maria Magdalena, Franciscus van Assisi. Tussen 1605 en 1607 schilderde hij driemaal de kerkvader Hiëronymus, vandaag op De Druivelaar als patroon van vertalers. De doeken hangen in Montserrat, Rome (foto boven) en La Valletta. Driemaal als een oude eremiet, halfnaakt, met witte en rode kleding, een doodshoofd op de tafel. Mediterend (Montserrat) of de Bijbel vertalend (Rome, La Valletta), ascetisch en onthecht, de bezittingen gereduceerd tot een minimum. Het licht komt van buiten het canvas, bron van contrast tussen het naakt, witte (lenden)doek, schedel enerzijds, rode mantel en het lege donker anderzijds. Toch telkens anders: in het Catalaanse klooster is hij vooral monnik, in de Galleria Borghese staat hij voor de gestrengheid van de Contrareformatie, op Malta mocht er voor iemand uit de Orde onopvallend links een rode kardinaalshoed bij. Maar wat een verschil met de Hiëronymus uit de renaissance!