Sporen van Dante

Casentino 4 – Om kastelen geef ik weinig. Ik zie ze graag van ver torenen in een landschap of een stad domineren. Alleen als er een figuur mee verbonden is die me iets meer zegt (ik denk aan Da Vinci in Milaan en Amboise), wil ik daar wel heel even zijn. In de Casentino is het Dante die wenkt. Verbannen uit Florence was hij af en toe te gast bij de graven Guidi die er veel kastelen hadden, o.m. Poppi, Romena en Porciano. Die bouwsels staan er nog steeds, hoog op hun heuvel. Het is vanuit Porciano (foto) dat de 46-jarige Alighieri eind maart 1311 zijn beroemde, wrokkige brief schreef als ‘exul inmeritus scelestissimis Florentinis – onterechte balling aan de allermisdadigste Florentijnen.’ Tweeëntwintig jaar eerder was de jonge Florentijn al ’s in het gebied. Toen vocht hij in de vlakte van Campaldino als lichtgewapende ruiter in de eerste linies van de Welfse Florentijnen tegen het Ghibellijnse Arezzo. Florence won. Misschien hield hij daar slechte herinneringen aan over. De Casentijnen bij de bovenloop van de Arno noemt hij in zijn Divina Commedia ‘brutti porci – vuile varkens’ (Purgatorio XIV.43). Ik moet zijn opus magnum ooit herlezen. Op een heuvel waar de Casentino begint.