Ungaretti

Een studente Italiaanse Taal en Cultuur van de Universiteit Amsterdam contacteert me op aangeven van haar docente om me voor haar eindscriptie een paar algemene vragen voor te leggen over vertalen. En of ik me wil wagen aan een vertaling van het gedicht Mattina van Giuseppe Ungaretti. Van hem zette ik ooit La preghiera om (Van Pindaros tot Luzi, 115). Er staat hier overigens nogal wat Ungaretti, o.m. de eerste druk van zijn Sentimento del tempo (1933). En L’allegria (1931) in een editie uit mijn geboortejaar met daarin Mattina.
De 29-jarige Ungaretti schreef het op 26 januari 1917 als soldaat aan het front in Santa Maria la Longa (Udine). Ik stel me voor na een nacht vol chaos en dood. En dan komt een van de kortste gedichten uit de wereldliteratuur naar boven:

M’illumino
d’immenso

Vier woorden die er twee worden, geen leestekens. Mijmerend ritme. Als klank een mompeling, een i klinkt er driemaal bovenuit als priemend morgenlicht – zo hoor en zie ik het. En een vreemd reflexief. Letterlijk: ik klaar me op van onmetelijkheid. Ik verlicht me / door het onmetelijke vertaalt Salvatore Cantore (2002).
Mijn antwoorden op de vragen zijn klaar. De Mattina-uitdaging blijft zwaar.

En dat werd het (ik laat titel, plaats en datum achterwege):

Oneindigheid
doorstraalt mij

Paul Claes, Serendipity. De dichterlijke detective, Gent, Poëziecentrum, 2018 brengt op p. 139-141 vertalingen bijeen van Paul van Keymeulen (1951), Salvatore Cantore (2002), Luc Devoldere (2006) en zijn eigen versie (2018). In het essay van Albe, Giuseppe Ungaretti, Reeks ontmoetingen, Brugge, Desclée De Brouwer (1964) schuilt nog een vertaling door Albe van Mattina op p. 20.