Lutgart van Tongeren

Tussen alle vrome en wonderlijke dicta et facta in de drie boeken van de Vita Lutgardis noteert haar tijdgenoot Thomas van Cantimpré een detail dat de grote mystica uit het begin van de 13de eeuw plots heel dichtbij brengt. Toen zij, een benedictines, cisterciënzerin wou worden, aarzelde ze naar de abdij van Aywières te gaan wegens ‘het verschil in taal bij de Franstalige zusters aldaar.’ (I.22) En toen ze veel later in die abdij een Waalse vrouw die diep in de knoei zat te woord stond, vroegen haar medezusters zich lachend af ‘hoe die twee, die geen jota van elkaars taal verstonden, met elkaar toch een gesprek zouden voeren.’ Dat bleek best te gaan, want de Walin zei achteraf: ‘Waarom hebben jullie me gezegd dat die vrouw een Dietse is? Ik heb ervaren dat zij een en al Waalse is. (II.40)
In de late 19de eeuw nam de Vlaamse Beweging Lutgart van Tongeren – vandaag op De Druivelaar – tot patrones, want zij was het toch die geen Frans wilde spreken. Ik las vandaag haar Vita. Zij kende inderdaad geen woord Frans en wou liever in Herkenrode intreden. Meer concludeer ik daar niet uit.

Guido Hendrix, Ontmoetingen met Lutgart van Tongeren. Deel III. Thomas van Cantimprés Vita Lutgardis. Nederlandse vertaling van de tweede versie naar Handschrift Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, 8609-8620, Leuven, Bibliotheek van de Faculteit Godgeleerdheid, 1997, 73 p. [Citaten p. 16-17 en 44]