Filodemos van Gadara – 4

Afspraak

Goeiendag.
– Dag.
Hoe spreek ik je aan?
– En ik jou?
Vraag dat niet. Je gaat te snel.
– Jij dan ook niet.
Heb je iemand?
– D’r is altijd wel een minnaar.
Wil jij vanavond met mij eten?
– Als jij dat wil.
Mooi! Hoeveel kost je gezelschap?
– Vooraf moet je me niks.
Da’s vreemd.
– Na de vrijpartij geef je me wat jou redelijk lijkt.
Da’s heel eerlijk. Waar woon je? Ik stuur…
– Je achterhaalt het wel.
Hoe laat kom je dan?
– Op het moment dat jij het wil.
Ik wil het nu direct.
– Vooruit dan maar.

[Anthologia Graeca V.46]