Over beelden, beitels en kwasten

In de discussie over het weghalen, herbestemmen of bekladden van beelden die vragen oproepen, moet ik steeds weer denken aan de damnatio memoriae waarmee bij de Romeinen politieke en andere figuren in het vergeetboek belandden.
Op het Forum Romanum staat er nog een kuis geachte Vestaalse Maagd die het niet bleek te zijn, haar naam werd weggebeiteld. Op de Boog van de Geldwisselaars op het Velabrum liet keizer Caracalla naam en beeltenis van o.m. zijn broer Geta wegnemen. En wat er met Nero en zijn megalomaan Gouden Huis gebeurde is bekend.
Van de talrijke Romeinse keizerlijke ruiterstandbeelden bleef er slechts één bewaard. En dan nog per vergissing. Die heidense bronzen waren een doorn in het oog van de christenen en waren na smelten van groot nut, o.m. voor munten. Maar er werkt niet geraakt aan het standbeeld van de weinig christelijke keizer Constantijn de Grote, die toch op de heiligenkalender belandde (11 mei) om wat hij voor de christenen betekende. Achteraf bleek die ruiter keizer-filosoof Marcus Aurelius te zijn, die nu het plein van het Capitool domineert.
Hedendaagse iconoclasten en beeldenstormers houden hamer, touw en verfkwast klaar. Zelfs in Churchill komt de klad. Als men zonder veel overleg doordramt, kan men eigenlijk ook in Rome beelden en inscripties van keizers en pausen aanpakken die niet voldeden aan inzichten van vandaag. Voorwaar een zware karwei. En een pervers perspectief. Damnatio memoriae is wel van alle tijden, maar had altijd maar een tijdelijk effect. De verdoemden werden nooit vergeten.