Mulciber

Nederland heeft er een vulkaan bij en hij kreeg de naam van de Romeinse vuurgod. Mulciber kennen we beter als Vulcanus. Antieke Latijnse bronnen leiden Mulciber af van mulcare en mul[c]tare (afranselen, beschadigen, bestraffen) of mulcere en mollire (verzachten, kalmeren, bedaren). De betekenissen lijken niet direct compatibel. Vuur werkt vernielend, maar ook verzachtend wanneer het bijvoorbeeld ijzer plooibaar maakt.
Ik zie in de index van ‘Metamorfosen’ van Ovidius dat Volcan(i)us daar vijfmaal voorkomt, Mulciber viermaal. Bij Vergilius tweeëntwintig keer Vulcanus, slechts één keer Mulciber. Zelf kwam ik in mijn Latijns vertaalwerk Mulciber eenmaal tegen. Als Ausonius in Trier de thermen van villa’s langs de Moezel beschrijft, luidt het: ‘ferventi cum Mulciber haustus operto / volvit anhelatas tectoria per cava flammas, / inclusum glomerans aestu exspirante vaporem. – Hun damp stijgt op, / als Mulciber diep uit de hete oven / breekt, vlammengloed door holle wanden jaagt, / de ingesloten damp opeenpakt en / de hitte uitblaast.’ (Mosella, vv. 338-340 – Lied van de Moezel, Uitgeverij P, 2016)
Maar diep onder de Noordzee ligt Mulciber alleszins bedaard en gekalmeerd.

Ausonius-LiedvandeMoezel (2)