Mondmasker

Het gebruik van maskers in het antieke theater is bekend. Maar een masker om gezondheidsredenen in de oudheid? Plinius Maior (eerste eeuw n.C.) maakt er melding van in zijn Naturalis historia. Boeken 33 en 34 handelen over delfstoffen, en waar Plinius het over minium – menie heeft, bedoelt hij zwavelkwik, dat een rode kleurstof levert (vermiljoen) en giftig is. De bewerking ervan is dus erg gevaarlijk:
‘Qui minium in officinis poliunt, faciem laxis vesicis inligant, ne in respirando pernicialem pulverem trahant et tamen super illas spectent – Mannen die in werkplaatsen menie polijsten binden een blaas als een masker voor hun gezicht zodat ze het schadelijke stof niet inademen, maar er toch doorheen kunnen kijken.’ (33.122 – vert. J. van Gelder e.a., 2004)
Een doorkijkblaas als masker. Nihil novi…