Voetreis naar Aalst

Gisteren liep ik voor het eerst sinds St. Patrick’s-Day voorbij onze brievenbus. En direct door naar Aalst via de oude spoorlijn. De lente is op haar mooist, van corona valt er niets te zien, kerselaren kronen zichzelf.
Aan de konker, speelterrein van de kleine Louis Paul Boon, lees ik een van zijn nacht-trein-gedichten, in de krantenwinkel bij het station koop ik Le Point en met de klokken van twaalf betreed ik de Sint-Martinus. Ik zit en loop er alleen, muziek en sourdine laat een paar te vroege halleluja’s horen. En ik ga nog maar eens voor de Rochus van Rubens staan. In deze nare tijden staat corona voor pest en daarvan weet de man uit Montpellier alles.
Buiten valt corona op in de leegte van de stad en in de afstand waarop heel af en toe iemand me passeert.