Pest in Piacenza – 7

Hier staat ietwat in een hoekje een gipsen beeld van de heilige Rochus, patroon van pestlijders. Met de pestbuil op zijn dij en de hond die hem brood bracht ter versterking. Als kind al zag ik dat ‘plaasteren’ beeld in de keuken staan, het moet zowat een eeuw oud zijn en vertelt veel over de vroomheid van weleer. Over hem schreef Filip de Pillecyn een mooie novelle. De auteur van Monsieur Hawarden, Mensen achter de dijk, De veerman en de jonkvrouw, etc., die om extra-literaire redenen vaak wordt gemeden, blijft een zwaar onderschat schrijver. In Rochus volgt hij de man uit Montpellier op zijn tocht naar Rome. Op de terugweg komt Rochus in Piacenza waar de pest nog steeds woedt en hem treft.

“Zo lag hij drie dagen; onder de pij van de pelgrim, hadden de builen hun etter verspreid en hij was doordrongen van de gruwzame reuk van de pest. Hij lag onmachtig in koorts en stank, zijn baard en zijn haar stonden in stijve klissen van het zweet en door zijn ijle hoofd trokken de warbeelden van ontstellende koortsvisioenen. Hij zag de dood die grijnsde en haar zeis zwaaide boven zijn hoofd en hij zag al de duivels der verlokkende zonden. Soms hoorde hij de zware galm der klok van de Sint-Pieterskerk van zijn vaderstad, en dan opeens lag Rome voor hem, de grote stad met de heuvelen en de stroom en de verdorvenheid van haar paleizen en steegjes. Tot alles duister werd voor hem en hij neerlag als een die de drempel van de dood heeft overschreden.
En na drie dagen, ontwaakte hij tot het leven. Dorst doordrong zijn lichaam en het frisse water dat hij dronk, zond helderheid door zijn hoofd. Hij knielde neer naast de beek, wies zijn wonden, zuiverde zijn lichaam en reinigde zijn pij.
Een bruine jachthond liep door het woud. In zijn muil droeg hij een klein brood. Hij liep zonder zoeken of omzien, zeker van zijn weg en kwam tot bij Rochus die neerlag en sliep. Het dier legde het brood naast de man en wachtte.”

Filip de Pillecyn, Scheppend Proza 2, De Clauwaert, Leuven, 1978, p. 437-438.