Pest op Aegina – 6

Evocaties van epidemieën in de literatuur zijn legio. In het zevende boek van zijn Metamorphosen geeft Ovidius honderd verzen lang een beeld van de pest op het eiland Aegina. De vaststellingen zijn die van alle tijden:

nec moderator adest, inque ipsos saeva medentes
erumpit clades, obsuntque auctoribus artes;
quo propior quisque est servitque fidelius aegro,
in partem leti citius venit. [….]
corpora missa neci nullis de more feruntur
funeribus (neque enim capiebant funera portae):
aut inhumata premunt terras aut dantur in altos
indotata rogos; et iam reverentia nulla est.

En niemand die kan helpen, want die vreselijke ziekte
velt dokters ook, geneeskunst keert zich tegen wie geneest.
Hoe dichter men een zieke vriend benadert en hoe trouwer
men hem verzorgt – de dood dreigt des te sneller. […]
Veel doden kregen geen fatsoenlijke begrafenis,
geen uitvaart, want de stadspoort kon de stoeten niet verwerken;
ze bleven onbegraven liggen of men gooide ze
op hoge vuren, zonder grafgeschenken, zonder eerbied.

Ovidius, Metamorphosen VII,561-564a en 607-610 – vert. Marietje d’Hane-Scheltema (Athenaeum, 1993).
Matthijs Pool (1676–1740), Pest op het eiland Aegina (Rijksmuseum, Amsterdam).