Lucrezia

Lucrezia

Voorlopig kan ik alleen maar dromen van een Italië zoals ik het op nieuwjaarsdag verliet. Maar gisterenavond stak Stéphane Bern me met zijn Secrets d’Histoire een handje toe. In het spoor van Lucrezia Borgia trok ik twee uur lang van paleizen naar kastelen in Midden- en Noord-Italië.
Haar familienaam klinkt als een vloek: dochter van paus Alexander VI die zwalpte tussen liturgie en orgie, en zuster van Cesare, een volbloed moordenaar en intrigant die Machiavelli wel inspireerde voor Il Principe. En Lucrezia? Bloedmooie vrouw, meer slachtoffer dan daderes in het spel van intriges en bacchanalen. Denk ik. Haar slechte faam is de fout van Victor Hugo, die haar in 1833 opvoerde in een tragedie.
Als ik nog eens in Ferrara kom, wandel ik wat trager door het Castello Estense, waar Lucrezia bijna vijftien jaar lang hertogin was. En zoek ik haar graf op in het klooster van Corpus Domini. Zij stierf als lid van de Franciscaanse lekenorde in hetzelfde jaar als Da Vinci, 1519. Ze was 39. Ik begin zowaar nog méér sympathie voor haar te voelen.

– Bartolomeo Veneto, Flora (Lucrezia Borgia?), 1500-1530 (Städel Museum, Frankfurt)