Kijk met Van Eyck

Wie naar Van Eyck gaat kijken, moet zien welke optische revolutie hij teweegbracht. Zo luidt het in zowat alle bijdragen over de Gentse expositie. En zo is het ook. Hoogtepunt is de portrettengalerij in de voorlaatste zaal. Merkwaardig hoe de schenkers van Het Lam Gods daar als rijke burgers functioneren tussen vijf andere portretten. Je bekijkt hen niet meer als de opdrachtgevers van een groots retabel. Het bont van de Gentse Vijd plaatst hem naast andere rijk geklede heren uit Berlijn, Londen, Boekarest. De portretten van Vijd en Borluut hebben hun autonomie, ook het geschilderd beeldhouwwerk van de twee Johannesfiguren en zelfs de panelen van de Annuntiatie zijn los te denken van het veelluik. Hier bekijk je de panelen als nooit voorheen: op ooghoogte. En dat leert ons met Van Eyck geconcentreerd te kijken naar de werkelijkheid. Bij Adam en Eva daarentegen voelt men dan weer de rest van het veelluik. Niet toevallig hebben zij een plaats binnen de geopende polyptiek. Zij doen aanvoelen dat er meer is en dus ook meer nodig is dan de wetenschappelijke, nuchtere en bewonderende blik waarmee men de onderdelen van Het Lam Gods bekijkt. In veel bijdragen over de tentoonstelling mis ik die andere blik. De blik die de ziel van het werk laat aanvoelen. Van Eycks ode aan de materie is bedoeld als lofzang op de wereld dieper dan de werkelijkheid die hij zo precieus weet weer te geven. Optische revolutie is een gelaagde term.

u1adam (2)