Trastevere 1

Op een drukke plek bij de Ponte Garibaldi staat met hoge hoed en wijde mantel de volksdichter Giuseppe Belli. Als een nieuwe Martialis schilderde hij het leven in het Rome van de negentiende eeuw in 2279 sonnetten. In het Romanesco, het dialect waarmee zelfs de doorsnee-Italiaan het vandaag knap lastig heeft. Om die reden had ik Belli niet op de plank, al zie ik hem jaarlijks steeds weer op zijn piazza staan. Maar nu verscheen bij Athenaeum een selectie van 250 sonnetten in een uiteraard vrije vertaling van Arthur Hartkamp. Aardig geslaagd en welgekomen. Het sextet van sonnet 1178 – La lègge / De wet – van 8 april 1834 luidt zo:

La mi’ proposizzione è stata questa,
c’un ladro che ttiè a mmezzo chi ccommanna
e ccià donne che ss’arzino la vesta,

rubbassi er palazzon de Propaganda,
troverete er cazzaccioche l’arresta,
ma nun trovate mai chi lo condanna.

Nee, wat ik wou betogen: de onverlaat
die hoge omes in zijn winst laat delen
en zorgt dat ze met vrouwtjes kunnen spelen,

die kan het pauselijk paleis bestelen,
maar zelfs indien betrapt op heterdaad
staat hij de dag daarop al weer op straat.

Aanbevolen voor wie in Trastevere niet de Lungaretta afloopt, maar meandert door de achterafstraatjes. Maar ook gewoon door het Rome van keizers en vooral van pausen.
[http://www.intratext.com/IXT/ITA1554/_INDEX.HTM – Hartkamp 195]

P1100404