Judit

Na Tobit las ik nog even door in de Bijbel: de verhalen van Judit en Ester. Twee vrouwen. De ene – een listige weduwe – vermoordt Holofernes, de andere – een bloedmooie vrouw – voorkomt een genocide.
Judit bleef o.m. onsterfelijk door het realistische doek van Caravaggio. Een paar weken geleden stond ik haar in Rome nog aan te kijken in de Barberini. Caravaggio trekt eerst de aandacht door de crue tronie van de bloedende Holofernes, maar terstond verschuift de aandacht naar rechts waar hij speelt met contrasten. Op de jonge Judit valt alle licht, zij concentreert zich én houdt tegelijk vol afschuw afstand; de oude slavin buigt in het duister lichtjes voorover en kijkt ontsteld toe, de reiszak in de handen.
Caravaggio heeft dit contrast gewild. In het Bijbelboek staat Judit alleen in het slaapvertrek van de Assyrische veldheer: ‘Er was helemaal niemand meer achtergebleven in het slaapvertrek. Judit stond naast het bed. … Even later kwam ze naar buiten en overhandigde Holofernes’ hoofd aan haar slavin, die het in de reiszak deed waar haar voedsel in had gezeten.’ (13:4 en 9-10) Zo creëert een schilder zijn plastisch verhaal.