Van boek naar boek

De revelerende zoektocht van Onno Blom naar De jonge Rembrandt (2019) leidde me tegelijk door het 17de-eeuwse Leiden, zo herkenbaar voor wie wel eens in Nederlands oudste universiteitsstad komt.
Na lectuur haalde ik nu voor een paar euro’s Mijn jeugd in huis, De vita propria sermonum inter liberos libri duo van Constantijn Huygens, die de jonge Rembrandt in de hoge Haagse kringen introduceerde. En ik greep naar het aandoenlijk Bijbelboek Tobit bij het schilderij Tobit beschuldigt zijn vrouw Anna van diefstal van een bokje (Rijksmuseum, Amsterdam). De 20-jarige Rembrandt schilderde het in 1626.
De inslapende Tobit ‘werd blind nadat een mus in zijn ogen had gescheten,’ zo vertelt Blom (187). De Willebrordvertaling (1995) met de korte versie van Tobit zegt het ietwat netter: ‘Ik had mijn ogen nog open en op een bepaald ogenblik viel er mussendrek in. (2:9) De langere versie in de nieuwe Bijbelvertaling (2004) heeft het over ‘hun nog warme uitwerpselen vielen in mijn ogen.’ (2:10) Zo weet ik nu dat er twee Griekse versies bestaan van het verloren gegane Hebreeuws of Aramees origineel.
Of hoe een boek dat indruk maakt naar andere boeken doet grijpen, of andere doet vinden.

meermanno-huygens-boek (2)