Polders

Had ik geweten dat ik in het weekend in de polders van de Westhoek zou belanden, dan had ik Verzamelde gedichten van Gery Florizoone (1923-1986) meegenomen. De verzen van de haast vergeten dichter zijn geworteld in het land van riet en reiger, wilg en water. En dan had ik misschien voor groot en klein dit toegankelijk vers voorgelezen: Mijn land uit de bundel Het riet als onderkomen (1983).

Gij hebt van klei het zwijgen,
van wind de weerbaarheid
en soms de zachte hand.

Als water breekt uw weemoed uit
in aderen weg en weer de vraag
naar ooit de verre vaderen.

Wat gij gebakken hebt in zand
zijn stenen voor een breekbaar huis,
later gruis voor krappe wegen.

Maar tuinen, groen en warme huiden,
vogelvluchten, reigers in het riet,
een kievit en bodemloze luchten
herkennen mij, zij liegen niet.

Gery Florizoone,  Verzamelde gedichten 1973-1986, Den Gulden Engel, Wondelgem, 1986, p. 339.