Els Moors en Ruusbroec

Bij het feest van Jan van Ruusbroec een Ruusbroecgedicht van Els Moors, dichter des vaderlands.

mateloos diep
en bovenmate hoog
en lang en breed

ik voel mezelf
als dolend in de wijdte
van de wind

teruggeblazen
naar een begin
niets vindend

wat niet al
elders tot leven
wilde komen

versplinterd door
een zuiver licht
blind

ben ik
beeldloos
rustend

in alles wat ondeelbaar
door de wereld
stroomt

“De ening die de geestelijke mens met god ervaart, openbaart zich aan de geest als zijnde zonder grond, dat is: mateloos diep en boven mate hoog en lang en breed. In die openbaring wordt de geest gewaar, dat hij aan zichzelf door minne ontzonken is in de diepte, onstegen in de hoogte, ontgaan in de lengte: hij voelt zich dan als dolend in de wijdte: het is als was hij wonend in de onbekende bekendheid, als was hij door het gevoel van deze ening aan zichzelf ontvloten in de eenheid, en door alle sterven heen, verzonken in het levende leven van God.” – uit: Jan van Ruusbroec, Vanden blinckenden steen, in de reeks Ruusbroec hertaald, deel 1, Lannoo, Tielt/Bussum, 1976, p. 35. [vert. L. Moereels]
https://www.dichterdesvaderlands.be/vijfde-gedicht-van-els-moors-als-dichter-des-vaderlands/