Berchmans

In het boek dat eind december in Aalst wordt gepresenteerd, Vetera et Nova, staan ook een tweetal Romeinse dagboeken. Daaruit onderstaand fragment over de man die vandaag op de kalender staat: Jan Berchmans, die toch wel echt aan een update toe is.

Woensdag 15 april 1998 – Maar vandaag wil ik naar Johannes Berchmans, wiens naam in de meeste Romeboeken niet eens voorkomt. In deze stad wordt alles relatief. Zijn praalgraf van marmer en lapis lazuli vormt nochtans een pendant met dat van die andere Jezuïetenheilige Luigi Gonzaga. Vanop het dak van de kerk heb ik een aardig zicht op de pannen van Rome en kijk ik neer op de binnenplaats van het vroegere Collegio Romano. Beneden moet Berchmans hebben gelopen, maar de klok is al lang stilgevallen. De vriendelijke en ijverige filosofiestudent beleefde ‘Communia non communiter – de gewone dingen op een ongewone manier’, het systeem evenwel knakte hier zijn gezondheid. Een dakterras leidt naar de verblijven van rond 1600. In de lege recreatiezaal klinken mijn stappen hol. Verguld hout en rood fluweel geven in kapel en kamers de toon aan en alles steekt nog steeds onder veel stof, zoals het hier twintig jaar geleden ook al lag. In vitrines liggen studieschriften, brieven en kleren van Berchmans, en zijn kamerdeur steekt achter glas: ‘Deur die de heilige Johannes Berchmans opende en sloot’ vermeldt het plaatje vroom. Ik moet hier weg. Hier hangt een onbehaaglijke Tridentijnse geur. De mensen van Diest moeten hier iets aan doen.

veteraetnova