Il Magnifico

Guido Gezelle bracht me voor opzoekingswerk in de Brugse Biekorf en ik betrad en passant Hof Bladelin, stapte de renaissance binnen, en Florence. De Medici hadden hier een bankfiliaal met als beheerder Tommasso Portinari, geportretteerd door Memling en Van der Goes. Op de binnenplaats van het stadspaleis twee gebeeldhouwde renaissancemedaillons met de portretten van Lorenzo de’ Medici en zijn vrouw Clarice Orsini. Lorenzo Il Magnifico, man van geld, macht en cultuur, was ook dichter. Zijn Canzona di Bacco opent zo:

Quant’è bella giovinezza,
che si fugge tuttavia!
Chi vuol esser lieto, sia:
di doman non c’è certezza.

Zoet en zalig is de jeugd,
maar kortstondig is haar vreugd!
Maak je los van alle zorgen:
niemand kent de dag van morgen.
(vert. Frans van Dooren)

Aan die horatiaanse verzen van Lorenzo dacht ik heel even op het binnenplein, en stapte weer naar buiten, de realiteit van de Naaldenstraat in.

P1100298.JPG