Het evangelie van Amélie

Ik hou van Nothomb al vanaf haar debuut Hygiène de l’assassin (1992) en wat er in negentigerjaren volgde, o.m. Les catilinaires, Péplum en vooral Stupeur et tremblements (1999). Met Soif overtreft ze, denk ik, al haar zevenentwintig voorgaande titels. De roman is één lange monologue intérieur van Jezus, vanaf zijn proces tot voorbij Golgota. Het resulteert in een bijzonder menselijk, heel fysiek en sensitief beeld: incarnatie is vleeswording, niet alleen menswording. Nothomb is empathisch en intelligent, cynisch en grappig, haar Jezusbeeld is vrij en bevrijdend. Ontroerend hoe zij zijn relatie evoceert met zijn moeder en met (Maria) Magdalena.
Zogenaamde cultuurchristenen, die verondersteld worden uit lang vervlogen jaren het passieverhaal te kennen, zullen deze Nothomb savoureren. Want zij speelt hoog literair spel. Hier dus die Goncourt! Ik hoop dat Marijke Arijs Soif al aan het vertalen is.
Tegelijk doet de romancière me teruggrijpen naar Lucas. Ook een groot auteur. Roman en evangelie, het zijn twee verschillende literaire genres. Wie na lectuur van Nothomb zou durven te knorren, houdt dat even voor ogen.