Guldenmond

Chrysostomos was in mijn prehistorie de patroon van de retoricaklas, waarin we nogal wat antieke redenaars te verwerken hadden. Op de feestdag van die buitengewone redenaar en prediker uit de vierde eeuw (de man met een chrysoun stoma – een gouden mond) namen we al vroeg in het schooljaar virtueel afscheid van het college. In onze prozaïsche tijden heet dat nu de 100 dagen, te vieren in het voorjaar.
Welsprekendheid komt vandaag vooral tot uiting in panels of causerieën, denk ik soms. Maar hoor ik Trump, Bolsonaro of Duterte – om geen voorbeelden dicht bij huis te noemen – dan blijkt dat politieke welsprekendheid het privilegie wordt van een bepaald soort politicus.
Cato’s definitie van de ideale redenaar luidde: vir bonus dicendi peritus – een goed man en bekwaam spreker (vert. Gerbrandy). Paul Claes vertaalt bonus vir met weldenkend burger. Welsprekendheid is méér dan het goed kunnen zeggen.