Afscheid in Ostia

Over Augustinus, vandaag op De Druivelaar, kocht ik in 1972 Augustinus. De zielzorger van Fritz Van der Meer. Het boek was toen al twee jaar ouder dan ik en kwam uit de pen van een conservatieve geest maar een geweldige stilist. Later ging ik makkelijk door de Belijdenissen, en pas een paar jaar geleden worstelde ik me op een zomerse heuvel door De stad van God. Er zijn zo van die mijlpalen waar men niet om heen kan en die een worsteling verantwoorden.
Augustinus kwam ik recent weer tegen bij de vertaling van Ambrosius’ hymnen. Zonder Ambrosius geen Augustinus. Wat er in Milaan gebeurde in de jaren 384-87 had verstrekkende gevolgen. De Noord-Afrikaan werd als bisschop en als schrijver een reus binnen het westers christendom.
Op terugreis naar zijn thuisland, het huidige Algerije, nam hij in Ostia afscheid van zijn moeder Monica: ‘Op een dag stonden zij en ik alleen voor een raam met uitzicht op de binnentuin van het huis waar wij woonden in Ostia aan de Tiber. Na een lange en vermoeiende reis hadden we ons daar teruggetrokken uit de drukte om kracht op te doen voor de overtocht. We hadden daar samen een heel fijn gesprek. […] Op de negende dag van haar ziekte – ze was in haar zesenvijftigste, ik in mijn drieëndertigste – werd deze gelovige vrouw en vrome ziel uit haar lichaam bevrijd. Ik sloot haar ogen en er vloeide een mateloos verdriet samen rond mijn hart.’ (Belijdenissen 9.23-25 – vert. W. Sleddens, Damon, 2017)
book_9789463401227_178.jpg