Heuvelen – 3

En toch dringt de wereld tot hier door. Zoals het bericht dat Andrea Camilleri deze morgen in Rome overleed. In de reiskoffers steekt De stem van de viool, terwijl ik onlangs nog De geur van de nacht na veertig pagina’s opzij heb gelegd. Camilleri schreef met zijn commissario Salvo Montalbano veelal aantrekkelijke en soms spannende ontspanningslectuur, maar kon toch niet tippen aan Simenon, ondanks een heel eigen taal. Zijn policiers wierpen een scherp licht op Siciliaanse toestanden, zijn politieke statements hielden sommige Italianen alert. Ik leg straks de viool-pocket boven op de leesstapel.
195257471-0bb74e66-1e46-408a-b0d3-632060ceeb09.jpg

‘Leest u geen detectives?’
‘Zelden of nooit. En trouwens, wat is dat precies, een detective? Wat is een policier?
‘Nou, er is een hele stroming die…’
‘Natuurlijk. Maar ik hou niet van etiketten. Zal ik u eens een mooi detectiveverhaal vertellen? Let op: na vele avontuurlijke omzwervingen wordt een man de baas van een stad. De een na de ander vallen zijn onderdanen ten prooi aan een mysterieuze ziekte, een soort pest. Dus gaat die man onderzoeken wat de oorzaak van het kwaad kan zijn. Hij zoekt en zoekt en ontdekt dat hij zelf de oorzaak van het kwaad is, en straft vervolgens zichzelf.’
‘Oedipus,’ mompelde Montalbano.

Andrea Camilleri, De stem van de viool (vert. Patty Krone en Yond Boeke), Amsterdam, 2003, p. 56-57.