De kreet van Maalouf

In Tropismes haalde ik een boekje over Piero della Francesca op en bezweek er voor de laatste van Maalouf. Een essay met een weinig hartversterkende titel, waarin de Académicien het politieke wereldtoneel bekijkt vanuit de geschiedenis van zijn familie en de Levant. Ik stipte al een en ander aan.
Zoals dit op p. 52: “… ce mythe pervers de l’homogénéité – religieuse, ethnique, linguistique, raciale, ou autre – par lequel tant de sociétés humaines se laissent leurer.
En als antidotum op p. 93 de woorden van een Andalousisch-Arabische dichter uit de 11de eeuw: “Ben ik van klei gemaakt, / dan is heel de aarde mijn vaderland / en zijn alle schepselen mijn naasten.” Maalouf draagt ze op een geplooid visitekaartje steeds bij zich.
naamloos (2)