Gruuthuse

In de bidkapel van Gruuthuse is het stil. Ik sta er alleen. Zoals ik zo-even alleen stond in de loggia van het stadspaleis, terwijl vanuit de diepte op de Bonifaciusbrug rumoerige horden omhoog gaapten. Van beneden naar boven, van buiten naar binnen. In de privékapel van Lodewijk van Gruuthuse sta ik van boven naar beneden te kijken, vanuit de intieme ruimte naar de open en publieke ruimte van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, van binnen naar buiten dus.
Ik sta op de grens tussen de geposeerde piëteit van een geprivilegieerde familie (wie kon en mocht zich zo’n brugkapel tussen paleis en kerk veroorloven?) en de sacrale ruimte van een gemeenschap. Tussen het geprevel uit een aloud getijdenboek en de gezangen in het kerkkoor.
Deze plek uit 1472 is Brugges wonderlijkste belvedère.