Leeuw

Marcus de evangelist voert vandaag De Druivelaar aan. De gevleugelde leeuw, zijn symbool als evangelist, werd ook het symbool van Venetië, waar zijn veronderstelde stoffelijke resten zouden rusten sinds 828. Maar vanwaar die leeuw?
Het visioen waarmee het Bijbelboek Ezechiël opent, spreekt van vier levende wezens die een troon dragen: De gezichten van de vier wezens leken van voren op dat van een mens, rechts leken ze op dat van een leeuw, links op dat van een stier en van achteren op dat van een arend. (Ez 1.10)
In Johannes’ Apokalyps worden die wezens met vier gezichten vier afzonderlijke wezens met eigen voorkomen die voor en rond een troon staan: Het eerste dier leek op een leeuw, het tweede op een jonge stier, het derde dier had een gezicht als van een mens en het vierde dier leek op een arend in zijn vlucht. (Apk 4.7)
Het was Hiëronymus die in zijn commentaar op het Matteüsevangelie de vier wezens als symbool van de evangelisten vastlegde. Marcus kreeg de leeuw toegewezen, omdat de ouverture van zijn evangelie met de stem van een roepende in de woestijn (Mc 1.3) bij de kerkvader het beeld van een brullende leeuw opriep.
Sindsdien vullen de vier wezens miniaturen en boeken, portalen en apsissen. De oudst bekende voorstelling is vermoedelijk het apsismozaïek van de Santa Pudenziana in Rome ca. 420, dus kort na Hiëronymus. Intussen blijft de leeuw alle Venetiaanse hoeken en pleinen vullen.

pudenzi2