Paul Claudel en de Notre-Dame van Parijs

Paul Claudel (1868-1955) bekeerde zich op 18-jarige leeftijd in de Notre-Dame van Parijs bij het beeld van La Vierge du Pilier. Dertig jaar later schreef hij in volle oorlogstijd dit misschien wel wat gedateerd gedicht, maar dat tegelijk veel zegt over de betekenis van de Notre-Dame voor hem, en voor velen die de kathedraal ooit betraden.

ND-Paris_6923.jpg

De Maagd op het middaguur

Middag. Ik zie de kerk die open is. Ik moet binnengaan.
Moeder van Jezus-Christus, ik kom niet om te bidden.

Ik heb niets aan te bieden, niets te vragen.
Ik kom, Moeder, enkel om naar u te kijken.

Naar u te kijken, te wenen van geluk, en dit te weten:
dat ik uw zoon ben en dat u daar bent.

Alleen maar voor één ogenblik, terwijl alles stilvalt.
Middaguur!
Bij u zijn, Maria, op deze plek waar u bent.

Niets zeggen, uw gelaat aanschouwen,
het hart laten zingen in zijn eigen taal.

Niets zeggen, enkel zingen omdat het hart overvol is,
zoals de merel zijn inval volgt in dat soort onverwachte liedjes.

Omdat u mooi bent, omdat u onbevlekt bent,
vrouw eindelijk in de Genade weer hersteld,

het schepsel in haar eerste eerbaarheid én haar uiteindelijke ontplooiing,
zoals zij uit God voortkwam in de morgen van haar oorspronkelijke luister.

Onzegbaar ongerept, want u bent de Moeder van Jezus-Christus,
de waarheid in je armen, de enige hoop en de enige vrucht.

Omdat u de vrouw bent, het Eden van de aloude vergeten genegenheid,
waarvan de blik het hart ten volle vindt en ingehouden tranen op doet wellen,

Omdat u me gered hebt, omdat u Frankrijk hebt gered,
omdat ook zij, net als ik, voor u dàt was waar men aan denkt,

Omdat in het uur waarop alles wankelde, u bent tussengekomen,
omdat u Frankrijk eens te meer gered hebt,

Omdat het middag is, omdat wij vandaag de dag leven,
omdat u daar bent voor altijd, gewoonweg omdat u Maria bent, gewoonweg omdat u bestaat,

Moeder van Jezus-Christus, u zij dank!

La Vierge à midi verscheen voor het eerst in Cahiers Vaudois, tweede Cahier van de tweede Reeks (1915) en werd door Claudel nadien telkens weer opgenomen in (verzamel)bundels. De vertaling is gebaseerd op: Paul Claudel, Oeuvre poétique, Bibliothèque de la Pléiade, Parijs, 1957, p. 531-533.
Vertaald in de late avond van maandag 15 april 2019.