Een brief van Patricius

Patrick (1ste helft van de 5de eeuw) schreef een scherpe brief aan de dwingeland Coroticus en zijn manschappen die Ierland waren binnengevallen en veel bekeerlingen ontvoerden of doodden. Zijn brief begint zo:

Ik, Patrick, gevestigd in Ierland en in feite een ongeletterde zondaar, verklaar dat ik bisschop ben. Ik ben er absoluut van overtuigd dat wat ik ben, ik van God heb ontvangen. Ik leef dus tussen niet-Romeinse volken als een vreemdeling en vluchteling ter wille van mijn liefde voor God. Hij is mijn getuige dat het zo is. Het is niet dat ik wenste dat er zulke harde en zulke ruwe woorden uit mijn mond kwamen, maar ik ben gedreven door de ijver voor God. En de waarheid van Christus moedigde me aan door de liefde voor mijn naasten en kinderen. Voor hen verliet ik mijn vaderland en mijn familie en mijn leven, totterdood. Indien ik dat waardig ben, leef ik voor mijn God om deze volken te onderwijzen, al word ik door sommigen veracht.

Patricius peccator indoctus scilicet Hiberione constitutus episcopum me esse fateor. Certissime reor a Deo accepi id quod sum. Inter barbaras itaque gentes habito proselitus et profuga ob amorem Dei; testis est ille si ita est. Non quod optabam tam dure et tam aspere aliquid ex ore meo effundere; sed cogor zelo Dei, et ueritas Christi excitauit, pro dilectione proximorum atque filiorum, pro quibus tradidi patriam et parentes et animam meam usque ad mortem. Si dignus sum, uiuo Deo meo docere gentes etsi contempnor aliquibus.