Genese van een vertaling

2000. Een hete zomerdag op de heuvel bij Arezzo. Het uur van de siësta. Twee hoog in het huis met veel boeken open ik eindelijk ’s de grote kast die al negen jaar onaangeroerd bleef. Toch maar extra dekens en lakens, denkt een mens. Stond me daar een reeks van honderdvijftig groene boekjes toe te lachen. Maestri. I grandi scrittori di tutti i tempi e di tutte le letterature (Edizione Paoline, Bari). Een ronkende titel voor een bescheiden uitgave. Maar dus ook Fransen, Russen, etc. En één van bij ons: Vondel. En als nummer 25: Leonardo da Vinci, Pensieri (1961).
Ik wist van zijn krabbels bij tekeningen en schetsen van uitvindingen en voorstudies. Maar dat boekje met wat fabels, verhaaltjes, overwegingen, fantasieën, etc. ontnam me mijn siësta. Onder de eiken van Il Querceto heb ik me laten meeslepen door Leonardo, die daar ergens beneden mij in de grote bocht van de Arno als waterbouwkundige werkzaam was geweest voor de Medici. De Ponte Buriano plaatste hij o.m. op zijn Mona Lisa. Op dat moment, tussen zingende cicaden, wist ik dat ik iets zou doen met die onbekende Da Vinci.
Op basis van een paar edities van Leonardo’s aantekeningen verscheen het volgende jaar al bij P in Leuven Fabels dat drie drukken zou kennen. Drie andere deeltjes volgden: Raadsels & Voorspellingen, Bestiarium (bij Voltaire in ´s-Hertogenbosch) en Maximes. Telkens tweetalig. Herwerkt en herschikt vormen zij een derde van wat nu bij Athenaeum in Amsterdam verscheen als Leonardo literair.
– O ja, dat groen boekje moet ik nog altijd terugbezorgen aan Nanni Moneti… In juli dus.

p1090929