Theresa en Pyrrhos

May boekt pyrrusoverwinning. Kopt mijn krant. En ik vermoed lezers met fronsende wenkbrauwen. Ik ontmoette Pyrrhos van Epeiros voor het eerst in Kopenhagen in de Ny Carlsberg Glyptotek. Een typisch hellenistische kop met weelderig krullende lokken uitgeboord in marmer, halfopen dikke mond à la Alexander de Grote. Nochtans schreef Ploutarchos minder vleiend over zijn face: ‘Hij had niet veel tanden en zijn bovenkaak was één doorlopend bot, waarin de scheidingen tussen de tanden niet meer dan lichte inkepingen waren.’ (Pyrrhos 3.4). Na een overwinning op de Romeinen bij Ausculum (nu Ascoli Satriano in Puglia) in 279 v.C. kreeg hij gelukwensen van iemand en hij antwoordde: ‘ἂν ἔτι μίαν μάχην Ῥωμαίους νικήσωμεν, ἀπολούμεθα παντελῶς – Als we nog één zo’n slag tegen de Romeinen winnen, is het helemaal met ons gedaan.’ (Pyrrhos 21.9). Ocharm Theresa.

Het leven van Pyrrhos is te lezen in:
Ploutarchos, Beroemde Grieken (vert. H.W.A. van Rooijen-Dijkman), Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2007, p. 369-405.