Parijs – 2

Victor Hugo legt de laatste tijd nogal wat beslag op mijn leesuren. Onlangs trof ik tweedehands zijn biografie door André Maurois aan, die al uit 1954 dateert maar hoogst leesbaar blijft. Ik las vorige week in de leesstoel Claude Gueux (1834) en in de trein naar Parijs Le Dernier Jour d’un Condamné (1829). Hugo was rond de dertig toen hij die beklijvende werkjes schreef, aanklachten tegen gevangeniswezen én doodstraf, en tegen sociale wantoestanden. In october 1832 betrok hij een ruim appartement in Hôtel de Guéménée op een van de mooiste pleinen van Parijs, Place Royale, vandaag Place des Vosges. Ik betreed zijn rijk aangekleed verblijf en zie rode damast, gothische en renaissancemeubelen, Venetiaanse luchters, zijn eigen plastisch werk. De man was gek op al wat mooi was. Heel even komen me Gueux en de naamloze ter dood veroordeelde voor de geest. De sociale schrijver en advocaat van de armen die tegelijk fortuin maakt… Maar ik verdrijf de gedachte. Want dertig jaar later volgt nog Les misérables (1864). Hugo bleef consequent.
appart_victor_hugo_dsc4069