Vijgen

Ze vallen af, de zoete zomervruchten. Dus moeten we ze een beetje helpen. Ter plekke eten, onder de boom, versgeplukt.
En daarbij denken aan de vijgen die Odysseus in de boomgaard van Alkinoös zag:
Daar groeien grote bomen, rijkelijk:
granaten, peren, appelen vol glans,
een weelde van olijven, zoete vijgen.
Of de vijgenbomen waaraan Odysseus zijn oude vader Laërtes herinnerde:
Je gaf me dertien perelaars, daarbij
tien appelbomen, veertig vijgenbomen.
Of aan een fabel die Leonardo da Vinci bedacht:
De vijgenboom droeg geen vruchten en niemand keek ernaar. Toen hij vruchten wou dragen om door de mensen te worden geprezen, werd hij door hen gebogen en gebroken.
De vijgenboom. Wij houden hem hier in ere, en bijten in zijn zoete, vlezige vrucht.