Antiek maar oud nieuws

Gisteren was het wellicht dag op dag 1939 jaar geleden dat een werkman in Pompeji met een houtskool een graffito aanbracht in een chique Pompejaans huis dat hij aan het restaureren was: de 16de voor de kalenden van november, staat er tussen wat karikaturen en grappige en obscene opmerkingen. 17 oktober dus. Bijgevolg vonden de uitbarsting van de Vesuvius en de verwoesting van Pompeji niet in augustus plaats, maar twee maanden later dan men aannam op basis van Plinius’ brief aan Tacitus.
De inscriptie bevat geen jaartal. Was de restaurateur dan wel aan het werk in het jaar van de uitbarsting, 79 n. Chr.? Houtskool verdwijnt snel, zeggen de archeologen, het graffito werd aangebracht kort vóór de uitbarsting van de 24ste van die maand, oktober dus. En bleef op die manier in het bedolven huis bewaard.

Al drie dagen wordt een en ander met weinig nuances en pertinente fouten in de media wereldwijd verspreid (eergisteren ook op vrtnws, vandaag in DS) en het moet wel juist zijn: de minister die instaat voor de stroom euro’s naar Pompeji kwam ter plekke en heeft het bevestigd.

De geldschieter weet wellicht niet dat dit antiek nieuws eigenlijk oud nieuws is. Herfstvruchten en winterkleren in de Pompejaanse huizen deden eerder al de vraag rijzen naar de zomerse datum van de eruptie. Maar vooral: in 1974 vond men in het Huis van de Gouden Armband een muntschat, die veel later werd gecatalogiseerd. In 2006 viel daarbij een pas geslagen munt op van keizer Titus, die voor de vijftiende keer een acclamatio als keizer te beurt was gevallen. En die IMP XV op de keerzijde van de munt gebeurde in september 79 n. Chr., weet men met zekerheid uit andere bronnen.

Wat een antieke munter al eerder bewees, wordt bevestigd door zijn tijdgenoot stukadoor, die weer munten naar Pompeji laat vloeien.
image-capture