De icoon van Golgota

Wat zou er gebeurd zijn met dat stuk hout van de kruisboom van Golgota waarmee Johan de Boose in Gaius en in Jevgeni zijn fantasie liet gaan doorheen de Romeinse tijd en de Middeleeuwen? In Het vloekhout (De Bezige Bij) wordt het een Maria-icoon, die doorheen de mensengeschiedenis trekt, zelfs tot voorbij onze tijd en ruimte. De icoon is verpersoonlijkt en bekijkt de (vooral Russische) wereld filosofisch, nu eens ernstig, dan weer grappig. Zo komt de icoon in het begin van de 15de eeuw terecht in een kelder van het Kremlin, weggeborgen met andere schatten: ‘Wij, schatten onder elkaar, vertellen elkaar ons leven, we maken grappen en wisselen anekdoten uit, best knus. Het meest praten we over hoe we hier terecht zijn gekomen. Het manuscript van de Odysseia van Homerus was bijvoorbeeld een geschenk van de patriarch van Griekenland, die het op het nippertje had gered uit de handen van de Ottomanen toen die de keizerlijke bibliotheek van Constantinopel in brand staken. Het ligt hier in de kelder op een schap en oogt verwaarloosd. Er zitten vochtvlekken op het papyrus en het riekt raar. Overigens is het niet mededeelzaam.’ (81) De slavist De Boose heeft zich ernstig geamuseerd met het sluitstuk van zijn trilogie. Ik ook.